|
Bijen kennen een strikte sociale structuur, waarbij elk van de leden een eigen rol speelt. De grootte van een bijenvolk evolueert van 10.000 in de winter naar 70.000 in de zomer.
Het zijn allemaal werksters, op ongeveer 1000 darren en één koningin na. Net voor de winter worden alle darren uit de kast gezet en sterven van de honger.
Om te overwinteren blijven dus enkel de werksters en één koningin over.
De koningin is de moeder van alle bijen.
Zij wordt één keer door enkele darren bevrucht en kan dan de rest van haar leven (2 tot 5 jaar) eitjes leggen. In de lente tot 1600 per dag.
Uit de bevruchte eitjes komen vrouwelijke werksters.
Mannelijke darren komen uit onbevruchte eitjes.

De werksters zorgen voor zowat alles in de bijenkast.
Nauwelijks geboren beginnen ze met schoonmaken van cellen en het broed warm te houden. Na enkele dagen voeden ze oude en jonge larven.
Veertien dagen later beginnen ze was af te scheiden. Ze herstellen dan beschadigde wascellen of bouwen nieuwe. In hun derde week patrouilleren ze in de omgeving van hun kast.
De laatste 2 weken bezoeken ze bloeiende bloemen om nectar op te zuigen en stuifmeel te verzamelen. Na zes weken hard labeur sterven ze van uitputting.
Ook bij de bijen hebben werksters niet bepaald een parttime job.
Als in de lente het bijenvolk te talrijk wordt, zullen de werksters voor een nieuwe koningin zorgen.
De oude koningin zal dan, met een deel van de bijen, vertrekken om een nieuw onderkomen te vinden. Dit noemt men zwermen.
Wil je meer weten over dit boeiende verhaal, surf dan naar het hoofdstuk “Kids” van deze site.
|