|
De werkster is kleiner dan de koningin en de dar.
De werksters zijn vrouwelijke bijen, maar zoals de koningin.
Ze kunnen geen eitjes leggen .
In hun achterlijfje zit een honingmaag waarmee ze water en honing kunnen vervoeren. Als ze zelf honger of dorst hebben, zetten ze een klepje open van hun maag en zo kunnen ze zelf wat honing of water opnemen.
Ze hebben ook wasklieren waarmee ze was kunnen maken om raten te bouwen in hun kast.
Verder hebben ze een scherpe angel waarmee ze kunnen steken als ze aangevallen worden.
Ze hebben hun naam van “werksters” niet gestolen, want ze moeten vooral in de zomer heel hard werken. Zie verder bij hoofdstuk “Bijenvolk”. Ze sterven in de zomer dan ook al na 6 weken, uitgeput als ze zijn van het vele taken die ze moeten vervullen.
Darren zijn een beetje luiaards en doen niet veel nuttigs in de kast. Zij snoepen wel graag van de honing, maar het stuifmeel kunnen ze niet zelf eten. Ze moeten het van de werksters opgelepeld krijgen. Het zijn deze mannetjesbijen die met de jonge koninginnen vrijen. Op het einde van de zomer worden de darren allemaal uit de kast gezet en sterven ze van de honger en de dorst.
|