Links     Contact     Sitemap    
 De bijendans

Bijentaal of bijendans.
Als een werkster een goede plaats gevonden heeft, met veel bloemen en nectar, dan komt ze dat aan haar zusters, de andere werksters, vertellen.
Dat doet ze door een dans uit te voeren. Ze laat eerst de andere werksters ruiken aan haar lijfje waar stuifmeel inzit. Ze laat ook wat van de meegebrachte nectar proeven. Zo weten de anderen om welke soort bloemen het gaat. Om de richting en de afstand tussen de bloemen en de kast aan te geven voert de werkster dan een dans uit. Er zijn 2 soorten: de rondedans en de kwispeldans.

 

 

De rondedans. Wanneer de bloemen op minder dan 100 meter van de kast staan, zal ons werkstertje in het rond beginnen dansen. Hoe langer het danst, hoe meer bloemen er staan. Haar zusters weten dan dat ze in de omgeving van de kast moeten zoeken naar de bloemen die ze geroken en geproefd hebben.

 

 

 

 

 

De kwispeldans is een beetje moeilijker. Het werkstertje draait rond in een figuur die gelijkt op het cijfer 8. En ze waggelt ook met haar achterlijfje. Daaruit leren de andere werksters dat de bloemen verder dan 100 meter staan. Aan de manier waarop het werkstertje danst komen ze verder te weten in welke richting ze moeten zoeken. En dat is heel merkwaardig.

 

 

 

 |  Copyright 2010 by Meli  | Gebruiksovereenkomst | Privacybeleid Created by NiSH