Ingangscontrole

Elk lot honing dat bij Meli binnenkomt, wordt op verschillende parameters gescreend. Deze analyses kunnen zowel in het eigen labo als extern uitgevoerd worden. Pas na de vrijgave van het labo kunnen de desbetreffende loten verwerkt worden.

Suikers

Bepaling van het gehalte aan fructose, glucose en sucrose in honing. Deze suikers zijn aanwezig in de nectar, maar in andere verhoudingen (meer fructose en glucose ; minder sucrose). De bij behandelt de honing door toevoeging van enzymen, zodat de suikersamenstelling verandert. Voor fructose + glucose is er een wettelijk minimum (60%), voor sucrose een wettelijk maximum (5%). Uitzondering voor oranjebloesem en acaciahoning (10%).

De bepaling van de suikers gebeurt chromatografisch. De suikers worden gescheiden door een HPLC en gedetecteerd door een differentiële refractometer. Met behulp van standaarden wordt een ijklijn opgesteld waarmee dan het gehalte aan fructose,glucose en sucrose van het staal kan bepaald worden.

De verhouding van F/G wordt gebruikt om de bestemming van de honing toe te voegen: vloeibare of vaste honing.

Vochtgehalte

Dit mag niet te hoog zijn omdat er zich anders gisten gaan ontwikkelen in de honing.
Wettelijk mag honing maximum 20% vocht bevatten.

De meting gebeurt door middel van een refractometer.

HMF

Bepaling van het gehalte aan 2-hydroxymethyl-5-furfuraldehyde (hydroxymethylfurfural of HMF) in honing. HMF is nauwelijks of niet aanwezig in pas geoogste honing. Het wordt nadien gevormd uit de suikers in honing onder invloed van een zuur milieu (altijd aanwezig in honing ; pH = ± 4) en warmte. Deze reactie is onomkeerbaar en is dus een maat voor de behandelingswijze van honing. Bij kamertemperatuur is de stijging in HMF gering; bij hoge temperaturen stijgt de HMF snel. Ook door ouderdom van de honing stijgt het HMF-gehalte.

De bepaling van HMF gebeurt spectrofotometrisch. De UV-absorbantie van een uitgeklaarde oplossing van honing in water wordt gemeten t.o.v. een referentie oplossing waarin de HMF gereduceerd wordt door bisulfiet.

Wettelijk mag het HMF gehalte max 40 mg/kg bedragen. Een hoger gehalte is toegelaten bij honing die in andere producten verwerkt wordt (bakkershoning) en honing van tropische oorsprong.

Diastase

Bepaling van de diastase (of 2-amylase) activiteit in honing. Diastase is een enzym dat zetmeel afbreekt en dat voorkomt in het speeksel van mens en dier. Het wordt door de bijen aan de honing toegevoegd. Diastase wordt afgebroken bij verwarming van de honing en is dus een maat voor de behandelingswijze van honing. Er is een wettelijk minimumwaarde van 8 Schade-eenheden. Uitzondering voor acacia en oranjebloesem honing: 3 Schade – eenheden.

De bepaling van diastase gebeurt spectrofotometrisch. Het diastase getal (uitgedrukt in Schade eenheden) geeft aan hoeveel gram zetmeel in 1 uur gehydroliseerd kan worden door het enzym aanwezig in 1 gram honing. Een onoplosbaar en blauw gekleurd zetmeelpolymeer wordt gebruikt als substraat. Het substraat wordt gehydroliseerd door de diastase aanwezig in de honing en dit levert blauwe, in water oplosbare deeltjes op die spectrofotometrisch bepaald worden bij 620 nm. De absorbantie van de oplossing is rechtstreeks evenredig met de diastase activiteit van het staal.

Kleur

De kleur is voor geen enkele honing wettelijk bepaald. Sommige honing wordt wel aangekocht met welbepaalde specificaties voor de kleur (white, Extra light amber, light amber). De kleur van de honing is belangrijk om een constant eindprodukt voor de consument te bekomen.

De bepaling gebeurt met behulp van een Pfund Color Grader. De kleur van de honing wordt vergeleken met de kleur van een prisma; op het moment dat de twee kleuren identiek zijn, kan de kleur van de honing rechtstreeks afgelezen worden.

Pfund Color Grader:

  • 0-8 mm: water white
  • 8-16,5 mm: extra white
  • 16,5-34 mm: white
  • 30-45 mm: extra light amber
  • 50-85 mm: light amber
  • 85-114 mm: amber
  • > 114 mm: dark amber
Pesticide

Deze pesticiden kunnen afkomstig zijn uit de nectar of uit producten die gebruikt worden in de bestrijding van bijenziektes.

De bepaling van pesticides gebeurt chromatografisch. De suikers worden gescheiden door een GC en gedetecteerd door een massaspectrometer (MS). Met behulp van een bibliotheek van spectra kunnen de spectra geïdentificeerd worden. Is de analyse positief, dan kan het gehalte bepaald worden met behulp van een inwendige standaard.

Clostridium Botulinum

Clostridium botulinum is een grampositieve, anaërobe sporenvormende bacterie, die groeit in de afwezigheid van zuurstof. Clostridium botulinum is verantwoordelijk voor 4 epidemiologisch verschillende ziektes: voedselgerelateerd -, infantiel -, wondbotulisme en een vorm die nog geen specifieke classificatie heeft. Bij voedselgerelateerd botulisme vindt de besmetting plaats door het nuttigen van toxinen die in de voedingswaren zijn gevormd. Bij infantiel botulisme komen niet de toxinen, maar de sporen van de bacterie in de darmen terecht. Omdat de darmflora van kinderen tot 1 jaar oud nog niet volledig ontwikkeld is, kunnen de sporen ontkiemen, waardoor in de darmen toxinen gevormd kunnen worden. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben.
In sommige landen (o.a. Engeland) wordt op het etiket vermeld dat honing niet geschikt is voor kinderen onder 1 jaar. In België is dit nog niet het geval. Bij Meli worden alle grondstoffen vanaf 24/01/01 gecontroleerd op de aanwezigheid van sulfietreducerende anaëroben in een extern labo. Clostridium Botulinum kan in honing voorkomen en eventueel infantiel botulisme veroorzaken.

Clostridium botulinum behoort tot deze anaëroben. De norm hiervoor wordt gelegd op minder dan 1/g. Indien de test op de sulfietreducerende anaëroben hoger ligt dan deze 1/g dan wordt een bijkomende analyse uitgevoerd op Clostridium botulinum zelf. Ook hier ligt de norm op minder dan 1/g.

Antibiotica

Antibiotica kan in de honing terechtkomen door de bijen te behandelen wanneer ze ziek zijn. Wanneer de wachttijd gerespecteerd wordt, is de honing van de bijen vrij van antibiotica.

De Belgische normen betreffende antibiotica zijn in de loop der jaren regelmatig aangepast.

1/1/2002 200ppb Streptomycines 50ppb Sulfonamiden 50ppb Tetracyclines1/7/2002 100ppb Streptomycines 20ppb Sulfonamiden 20ppb Tetracyclines1/1/2003 50ppb Streptomycines 20ppb Sulfonamiden 20ppb Tetracyclines1/7/2003 20ppb Streptomycines 20ppb Sulfonamiden 20ppb Tetracyclines

Momenteel wordt de honing in Meli op onderstaande antibiotica gescreend:Streptomycines
Sulphonamides
Tetracyclines
Chloramphenicol
Macrolides
Nitrofuranen
Voor streptomycine, sulfonomides en macrolides gebeurt de analyse aan de hand van het charm II – systeem. Dit is een radio immuna assay (RIA).
Indien het resultaat positief is, gebeurt een bijkomende analyse met behulp van LCMS.

Wij volgen de ontwikkelingen op de voet om bijkomende analyse uit te voeren

Ijzergehalte

Soms verkleurt thee bij het toevoegen van honing. De thee wordt zwart. Dit is te wijten aan het ijzergehalte in de honing.

Dit wordt getest door honing toe te voegen aan thee en te kijken naar de eventuele verkleuring die wordt bekomen.