Honing en babyvoeding

Honing gebruiken is een goede gewoonte en past in een evenwichtige voeding voor volwassenen en kinderen. Het is evenwel geen essentieel onderdeel van babyvoeding. Net als rauwe melk en andere ongekookte voedingsproducten, is honing niet aangewezen voor zuigelingen van minder dan 12 maand.

In melk of in allerlei andere niet gepasteuriseerde producten en dus ook in honing kunnen sporen van organismen voorkomen, in casu botulisme. Ingeval van constipatie, zouden deze sporen kunnen groeien en een toxische stof generen. Bij kinderen en volwassenen wordt deze stof geneutraliseerd. Het darmstelsel van jonge baby’s is evenwel niet voldoende ontwikkeld voor een dergelijke neutralisatie.

Zuigelingen moeten minstens 3 maand vast voedsel gekregen hebben om de nodige weerstand te kunnen aanmaken. De marge van 12 maand is dus zeker voldoende. Zonder deze weerstand en in geval van constipatie zou botulisme kunnen leiden tot ongesteldheid en zelfs hospitalisatie, met alle gevolgen van dien. De typische symptomen van zo een aandoening bij zuigelingen zijn dan ook: loomheid en slapte, niet goed eten en drinken, huilen met een zwak, hoog geluid en geen ontlasting gedurende enkele dagen.

Het is zonder meer duidelijk dat dit zeer zelden voorkomt. In België zijn er nog geen gevallen bekend. Niettemin is er op Europees niveau een groeiende consensus dat er een risico bestaat en dat het vermeden kan worden. Dit door niet gepasteuriseerde producten weg te laten uit de voeding van baby’s. Honing, een natuurlijk product dat wettelijk niet mag gepasteuriseerd worden, is derhalve niet geschikt voor zuigelingen onder de 12 maand.

Preventief onderzoekt Meli sinds januari 2001 alle gebruikte honinggrondstoffen op de aanwezigheid van botulisme, vooraleer deze te verwerken in de diverse honingproducten.