Honing en soorten

Honing vind je in alle soorten en kleuren. Zo op het zicht hebt je er lichte en donkere, vloeibare en vaste, van één bloem (monoflor) of van meerdere bloemen (multiflor). Gelukkig is het allemaal niet zo ingewikkeld als het lijkt.

Wij weten dat er honing bestond alvorens de mens geschiedenis schreef. Het begrip “honing” was er dus al bij het ontstaan van de taal. In de meeste talen is van het basiswoord “medhu-” of “melit-” het huidige woord voor honing afgeleid. De Germaanse talen, waaronder het Nederlands, namen als basiswoord “hunaga” wat goud of geel betekent. In het Nederlands worden beide woorden “honig” en “honing” als correct beschouwd.

Honingrovers
Zelfs vooraleer de primitieve mens honing van de bijen begon te roven, waren er reeds andere dieren uit op hun voorraad. Beren zijn hiervan het meest bekende voorbeeld. Maar ook apen peuterden met een stokje net zolang in het bijennest, tot er honing aanhing.

Rotstekeningen in Zimbabwe, van 10.000 jaar voor Christus, tonen primitieve honingjagers die reeds rook gebruikten om de bijen te kalmeren bij het roven van hun honing.

Tot op vandaag zijn er stammen in Nepal, die hun leven riskeren voor een stuk honingraat. Bengelend aan een koord op 300 meter boven een razende bergrivier, met duizenden kwade bijen rond hun hoofd, steken deze honingjagers met een lange stok een stuk wilde honingraat af, die dan in een mand er net onder valt.

Bijenhouders
De eerste tekeningen van mensen die bijen houden om de honing, dateren van 2400 jaar voor Christus. Ze werden in Egyptische graven gevonden. Men gebruikte toen een soort korf die men kon verplaatsen tot dicht bij de woonst.
In die tijden geloofde men dat de nectar als manna uit de hemel viel en dat honing dus het voedsel van de goden was. Door die mensen werd het voornamelijk als offergave gebruikt bij de belangrijke momenten uit hun leven: geboorte, huwelijk en dood. Het is bekend dat de oud Egyptische koning Rameses (1198 – 1167 voor Christus) hoeveelheden tot 15 ton per keer offerde.

Verder werd honing door Egyptenaren, Grieken en Romeinen . veel gebruikt in de keuken, als medicijn of als schoonheidsmiddel. Er bestonden toen ook allerlei brouwsels, zoals mede, waar honing aan de pas kwam. Er circuleerden receptenboeken vol met snoeperijen die met honing waren klaargemaakt. Bekend zijn de geite- of schapenkaasjes die met honing werden vermengd. Of een soort cakeachtig brood dat door de Romeinen met honing werd verrijkt en dat “honingkoek” heette. Toen al!

In de Middeleeuwen was honing de zoetstof bij uitstek. Bietsuiker was er nog niet en rietsuiker was schaars en duur. Mede door de grote vraag naar was, voor de aanmaak van kaarsen, werden er meer bijen gehouden en steeg het aantal korven. Zelfs in die mate dat men zijn belastingen kon betalen met was en honing.

Met de kolonisatie werden er bijen naar Amerika en Australië verscheept, vandaag honingproducerende landen bij uitstek. De honinghandel is tegenwoordig een internationaal gebeuren, waarbij het meestal van Zuid naar Noord gaat. De veelzijdigheid van dit merkwaardig natuurproduct, is na al die eeuwen intact gebleven.

Honing vind je in alle soorten en kleuren. Zo op het zicht hebt je er lichte en donkere, vloeibare en vaste, van één bloem (monoflor) of van meerdere bloemen (multiflor). Gelukkig is het allemaal niet zo ingewikkeld als het lijkt.

Vast of vloeibaar
Wanneer honing uit de kast komt is hij vloeibaar. Nog even filteren en hij kan zo in de bokalen. Gezien honing echter voor ongeveer 70% uit monosuikers bestaat, zal hij vroeg of laat spontaan uitkristalliseren. In grote grove kristallen, die heel onaangenaam zijn om te eten.
Voor de imkers/afvullers komt het er dus op aan om die kristallisatie van hun vloeibare honing, zo lang mogelijk uit te stellen. Niet door te honing te verhitten, maar door de juiste samenstelling te kiezen (sommige soorten kristalliseren trager, andere sneller) En door zeer hygiënisch te werken. Immers het kleinste vaste deeltje in vloeibare honing doet de kristallisatie ontstaan.
Vaste honing is niets anders dan vloeibare honing die op een gecontroleerde manier is uitgekristalliseerd. Niet in grote grove kristallen, maar met een fijne kristalstructuur die hem zacht en smeuïg maakt als boter.
Vloeibare honing kan je beter doseren, vaste kan je beter smeren.

Monoflor of multiflor
Alle honing mag dan wel zoet zijn, als je apart proeft sta je versteld van de diverse smaken die honing kan hebben. Aroma en smaak hangen af van de bloem waarvan de nectar oorspronkelijk afkomstig is. Gemengde bloemenhoning, “multiflor” genoemd, is van vele diverse bloemen afkomstig. Komt de honing van één bepaalde bloemsoort dan heb je een” monoflor”. Smaak en aroma zijn dan specifiek voor die soort. Een lindehoning heeft een herkenbaar smaakpatroon dat duidelijk verschilt van bijvoorbeeld een heidehoning.

Kleur & smaak van honing
Er is een relatie tussen kleur en smaak van honing.
Grof gesteld hebben lichte soorten een zachte, delicate smaak en donkere soorten een forse, uitgesproken smaak. Fel vereenvoudigd zou men verder kunnen zeggen dat de seizoenen in de kleur en smaak van honing terug te vinden zijn.

Honing geoogst in de lente staat voor lichte kleuren: acacia, klaver etc.
In de zomer oogst men honing met gele tinten en fruitige smaken: bijvoorbeeld zonnebloem.
In de herfst is de honing eerder donker van kleur en fors van smaak: denk aan heidehoning.
Maar er zijn zeker uitzonderingen op deze regel.

Soort Smaak Courant gebruik
Multiflor: vaste Meli honing Zachte zoete smaak, met aangename nasmaak. Op brood, in warme dranken voor allerlei winterkwaaltjes.
Multiflor: vloeibare Meli honing Delicate smaak met ietsje karakter. Voor allerlei bereidingen, in warme dranken, yoghurt en op toast.
Acacia Delicate, eerder neutrale smaak Gebruiken in bereidingen waar de honingsmaak niet mag domineren.
Linde Typisch linde; sterke smaak. In lindethee, voor gebruik bij winterkwaaltjes.
Oranjebloem Zoet met tots van amandel en sinaasappelschil. Op brood en in warme dranken.
Lavendel Kruidige soort, met een typische sterke smaak. In warme dranken, voor de honingliefhebbers die graag afwisselen. Deze soorten zijn ook wat rijker aan mineralen.
Eucalypthus Pittige honing met een medicinale nasmaak. In warme dranken, voor de honingliefhebbers die graag afwisselen.

Wanneer we het natuurlijke product honing in het labo analyseren, vinden wij een aantal scheikundige stoffen terug. Die kunnen we meten. Daarnaast is er de wetgeving die bepaalde eisen stelt aan honing.

Stoffen die men in het labo vindt Gemiddeld in %
Water De oorspronkelijke nectar, die de bijen opzuigen, bevat tot 60% water. De bijen zorgen er voor dat dit gehalte wordt teruggebracht naar circa 18% in honing. Honing met teveel water zal zeer dun en slap zijn. Wettelijk mag honing tot 21% water bevatten. Circa 18%
Fructose Ook vruchtensuiker genoemd. Deze monosaccharide zorgt voor onmiddellijke energie. 38%
Glucose Ook druivensuiker genoemd. Deze monosaccharide, zorgt voor onmiddellijke energie. Glucose en fructose moeten wettelijk samen minstens 65% bedragen. 31%
Saccharose Gewone suiker. Mag wettelijk tot 5% aanwezig zijn. 1,3%
Hogere suikers die specifiek in honing voorkomen 8,5%
Etherische oliën en aromastoffen aanwezig

De waarde van honing op vlak van voeding, zit aldus in het feit dat de meeste suikers monosacchariden zijn, met andere woorden: onmiddellijk omzetbaar in energie. Ze moeten dus niet eerst afgebroken worden in de maag. Daarnaast is de aanwezigheid van vitaminen, mineralen en andere waardevolle stoffen, mooi meegenomen.

Er worden vaak vragen gesteld over het verschil tussen bio honing en andere honing. Wij weten dat alle honing door bijen uit nectar is gemaakt. Dat onderweg niets is toegevoegd, noch veranderd. Dat moet zo voor alle honing.

Voor bio honing zijn er speciale organisaties die dat toezicht organiseren. En hun naam daaraan verbinden: het biogarantie label. Eigenlijk een beetje zoals een bekend merk dat doet voor zijn product: garant staan dat er niets fout gaat onderweg. Dat alles volgens het boekje en de wet gebeurt.

Met een goed gespecialiseerd labo, dat alles nog eens controleert en naziet.
Honing en biohoning: beide dienen compleet natuurlijk te zijn, zonder enige toevoeging of verandering.